Vlissingen.
Het huidige gebouw is het restant van de Westpoort, een ronde poorttoren aan de zeekant, daterend uit omstreeks 1491. Nadat de stad in 1563 naar het westen werd uitgebreid en de nieuwe Middelburgse Poort werd gebouwd, verloor de Westpoort haar functie als stadspoort.
In 1610 kreeg het gebouw een nieuwe bestemming als stadsgevangenis. In het gedeelte boven de poortdoorgang werd recht gesproken, waarna de veroordeelden werden opgesloten in de Gevangentoren. Vooral de zogenoemde ‘donkere put’, een kelderruimte voor de zwaarst gestrafte misdadigers, stond berucht om zijn omstandigheden.
In 1812 werd het grootste deel van de poort door de Fransen gesloopt ten behoeve van de bouw van een bomvrije kazerne. Alleen de imposante toren bleef behouden; deze werd verlaagd en voorzien van een met aarde bedekt koepelgewelf om beter bestand te zijn tegen de bommen die de Engelsen vanuit zee op de stad afschoten.
Westpoort / Gevangentoren.
Aan deze bomvrije dakconstructie dankt de toren zijn bijnaam ‘de Bomvrije’. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleek de toren echter minder bestand tegen moderne bommen en liep hij zware schade op. De door de Fransen aangebouwde, eveneens zwaar beschadigde kazerne werd daarna afgebroken.
In 1894 onderging de toren een ingrijpende restauratie en werd hij ingericht als oudheidkamer. Rond 1960 volgde opnieuw een restauratie, waarbij de toren zijn tentvormige bekapping terugkreeg op basis van oude tekeningen. In verband met de nieuwe bestemming werden tevens enkele hardstenen kruisvensters aangebracht.
Aan de voet van de toren ligt het Gevangenhuisbolwerk, ook wel Bastion XIII genoemd, dat deel uitmaakt van de Vlissingse zeeversterkingen.

Woudrichem Waterpoort of Gevangenpoort