Wijk bij Duurstede.
Wijk bij Duurstede had oorspronkelijk zes stadspoorten de Veldpoort, de Rijnpoort, de Vrouwenpoort, de Waterpoort, Hoenderpoort en de Leuterpoort, hiervan is slechts één poort bewaard gebleven, de zogenaamde ‘Leuterpoort’, De poort is genoemd naar het buurtschap ‘De Leuth’ dat lag tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen. Van deze poort is bekend, dat deze in 1372 een toren had en men denkt dat de schippers aan de Rijn of Lek ergens ter hoogte van de Leuterpoort tol moesten betalen.
De overgebleven onderbouw hoort qua vorm tot de eenvoudigste en vermoedelijk oudste vorm van een stadspoort. Steden die van weinig strategisch belang waren, waartoe we ook Wijk bij Duurstede kunnen rekenen, behielden hun oude rechthoekige poorten. Het vierkante torenvormige poortgebouw van Wijk bezat boven de overwelfde doorrit oorspronkelijk nog een overkluisde ruimte, die als verblijf voor de wacht dienst zal hebben gedaan.
Het was in 1659 toen een zekere Anthony van Eyndhoven zich tot het stadsbestuur richtte met het verzoek om op de Leuterpoort een runmolen te mogen bouwen. Run was een product gemalen uit de schors van eikenbomen, dat uiteindelijk dan weer werd gebruikt bij het looien van leer. De benodigde eikenschors kwam uit Leersum en Doorn. De gemalen run vond via de rivier weer een volgende bestemming.
Leuter- of Runmolenpoort.
In 1659 werd de molen ‘Rijn en Lek’ gebouwd op de 1.60 meter dikke muren van deze stadspoort en werd de poort bekend onder de naam Runmolenpoort, zo kon deze poort door zijn nieuwe functie in de 19de-eeuw gered worden van de slopershamer.
Van de gewelven die ten behoeve van de windmolen in 1659 zijn gesloopt zijn alleen nog de aanzetten van de gelijkvloerse ruimte zichtbaar.
De poortruimte van de toren bezit vier overhoekse schietspleten. De vorm van deze schietgaten vindt men ook bij Rijnenstein te Cothen, die een overeenkomstig baksteenformaat (29 x 14 x 7, 5 cm) heeft.
In 1940 deed toenmalige molenaar Roodvoets een opvallende vondst. Terwijl hij rond de molen aan het werk was, vond Roodvoets een holle muur. Na onderzoek bleek dat achter de muur een trap schuil ging, die een weg verschafte naar het bovenste gedeelte van de molen. Lange tijd was niemand van het bestaan van de trap op de hoogte geweest. Op de trap werd zelfs nog run gevonden, iets dat dus al sinds ongeveer 1800 niet meer door deze molen gemaakt werd. In 1941 werd de trap weer in ere hersteld.


