Overige poorten.

Overige Poorten.

Deze pagina geeft alle bekende poorten weer die nog bestaan en bij www.stadspoorten.nl bekend zijn, hier zijn ook de poorten te vinden die (nog) niet bezocht zijn en niet de website staan, dat zijn de drie verplaatste poorten die in de tuin van het Rijksmuseum Amsterdam zijn opgebouwd te weten, de uit Groningen afkomstige Heerenpoort (1621), werd in 1874 werd in afgebroken en vanaf 1885 in Amsterdam staat, deze poort is vrijwel tegen de in 1880 gesloopte Bergpoort uit Deventer geplaatst, de derde verplaatste poort is die uit Gorinchem, de Water-of Waalpoort.

Deze pagina geeft alle bekende poorten weer die nog bestaan en bij www.stadspoorten.nl bekend zijn, hier zijn ook de poorten te vinden die (nog) niet bezocht zijn en niet de website staan, dat zijn de drie verplaatste poorten die in de tuin van het Rijksmuseum Amsterdam zijn opgebouwd te weten, de uit Groningen afkomstige Heerenpoort (1621), werd in 1874 werd in afgebroken en vanaf 1885 in Amsterdam staat, deze poort is vrijwel tegen de in 1880 gesloopte Bergpoort uit Deventer geplaatst, de derde verplaatste poort is die uit Gorinchem, de Water-of Waalpoort.

Verder niet bezocht de tot molen omgebouwde Leuter- of Runmolenpoort te Wijk bij Duurstede, Smeepoort te Harderwijk.

Minder interessant zijn de poortjes in Delfzijl de Grote Waterpoort 1833 en de Kleine Waterpoort, te Grave de replica (1994) van de Maaspoort. Mocht de gelegenheid zich voordoen om onderstaande poorten te bezoeken dan zullen ze in het overzicht worden opgenomen.

GORINCHEM WATER- OF WAALPOORT – Rijksmuseum Amsterdam.

De vesting Gorinchem was toegankelijk via een viertal verdedigbare stadspoorten: de Arkelpoort aan het eind van de Arkelstraat, de Kanselpoort aan het eind van de Westwagenstraat, de Waterpoort ten zuiden van het Eind en als vierde de Dalempoort ten zuiden van de Dalemstraat. De Waterpoort, die toegang gaf tot een kleine aanlegplaats voor schepen, was een poortgebouw dat onderdeel uitmaakte van de vestingwerken die werden ontworpen door Adriaen Anthonisz en werden aangelegd tussen 1580 en 1600.

Nog geen halve eeuw na de bouw verkeerde de poort in een vervallen staat en in 1642 vervangen door een nieuwe poort, die onder andere werd opgebouwd uit de overbodig geworden Burgpoort. De resten van die poort waren nog altijd aan de oostzijde van de Dalemstraat tussen de bebouwing aanwezig.

Aan de stadszijde van het poortgebouw kwam een beeldhouwwerk met een uitbeelding van Jan van Arkel die zich met paard en al optrekt aan de poort. Links hiervan het gekleurde wapen van Arkel en rechts het gekleurde stadswapen van Gorinchem, beide verbonden door een draperieversiering. Op de horizontale zijgedeelten kwamen twee leeuwen te liggen met de voorpoten kruiselings over elkaar. De gevel kreeg twee kruisvensters met driehoekige frontons en een drietal muurankers. Links van het venster was de toegang tot de poortwoning, via een klein groen poortje in de muur aan de Tolsteeg. Dat poortje is er nog.

De poort vertoonde veel overeenkomst met de Dalempoort, maar heeft echter geen veranda.

De waterzijde van het poortgebouw was eenvoudiger van uitvoering. In het midden een kruisvenster en een driehoekig fronton en vier muurankers. Men vermoedt dat voor augustus 1855 de gevel ook beeldwerken had die toen verwijderd zijn, toen een gemeenteverslag melding maakte van verzakkingen en de genie het buitenfrontispice af heeft gebroken.

De waterpoort kreeg op de zolder een uurwerk met buiten één wijzer, waar de afvaart van de stoomboten op was afgestemd. In het open koepeltje hing een klok waarmee de tijd werd aangekondigd.

Bij Gorinchem was er een belangrijk veer en al het verkeer tussen Amsterdam, Brussel en Parijs moest de Waterpoort passeren, om bij dit veer te komen. Eind 19e eeuw was de Waterpoort, een obstakel geworden voor het groeiende drukke verkeer, op sterk aandringen van het gemeentebestuur, werd in 1894 de Waterpoort uiteindelijk afgebroken, de fragmenten van de Waterpoort zijn naar het Rijksmuseum gegaan en gebruikt voor hit s.g. fragmentengebouw. de stadszijde van de poort, de mooiste kant van de Waterpoort, werd door Architect Pierre Cuypers in de tuin opgebouwd, inclusief het uurwerk en de klok is geplaatst plaatsen in de herbouwde Waterpoort.

DEVENTER BERGPOORT – Rijksmuseum Amsterdam.

De Bergpoort in Deventer ontworpen in de Hollandse Renaissance stijl door de Amsterdamse stadsarchitect Hendrick de Keyser in 1619 was de laatst gebouwde van de drie buitenpoorten die onderdeel vormden van een nieuwe verdedigingsgordel die tussen 1597 en 1634 gerealiseerd werden.

Al in 1597 begon de aanleg van nieuwe verdedigingswerken, volgens het Oudnederlandse stelsel en naar plannen van Adriaen Anthonisz. van Alkmaar. De fortificatiegordel die in 1621 gereed kwam, werd aan de buitenzijde van de middeleeuwse gelegd en bestond uit zeven bolwerken: Molenbolwerk, Justitiebolwerk, Hellenbolwerk, Pikeursbolwerk, Varkensbolwerk, Nassaubolwerk en Prinsenbolwerk, waartussen vijf ravelijnen lagen. Het aantal poorten werd tot drie teruggebracht, de Noordenbergpoort in het noordwesten, Brinkpoort in het noorden en Bergpoort in het zuiden van de stad. Daarnaast gaf de bestaande Zandpoort in het zuidwesten toegang tot de haven. Het tussen de oude en nieuwe vesting gelegen gebied met de middeleeuwse binnengracht bleef vooralsnog onbebouwd, Van de drie 17de-eeuwse buitenpoorten in Deventer is de Buiten-Bergpoort bewaard gebleven doordat de in 1879 gesloopte onderdelen zijn overgebracht naar de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam en daar is opgebouwd rug aan rug staat met de Herepoort uit Groningen.

In Deventer herinneren enkel nog de staatnamen aan de voormalige poorten.

GONINGEN HERENPOORT – Rijksmuseum Amsterdam.

De Herepoort is een 16e-eeuwse buitenpoort die op de plaats is gebouwd waar al in de 11e eeuw een poort zou zijn gebouwd ter hoogte van de Herestraat/Gedempte Zuiderdiep, wat voor zover bekend het enige niet-kerkelijke bouwwerk in de provincie Groningen was wat werd gebouwd van tufsteen. De oude poort zal, net als onder andere de Oosterpoort, tussen 1600 en 1616 zijn gesloopt, de fundering van veldkeien en de tufstenen onderbouw van deze poort bevinden zich nog in de grond onder de Herestraat. In 1995 werd de plek waar deze poort heeft gestaan, ter hoogte van De Faun, gemarkeerd in de bestrating.

In de tweede helft van de 16e eeuw werden nieuwe stadspoorten gebouwd. De nieuwe (buiten-)Herepoort was enige tijd onderdeel van de citadel van Alva. In 1621 werd de poort verbouwd in de trant van de Italiaansche Renaissance, het jaartal wordt in een cartouche op buitenzijde van de poort vermeld.

In de tweede helft van de 19e eeuw werden de vestingwerken van de stad grotendeels ontmanteld.  In 1874 werd ook de Herepoort uit 1621 afgebroken maar werd, mede op initiatief van architect Pierre Cuypers, in 1885 weer opgebouwd in de tuin van het Rijksmuseum als voorbeelden van de bouwhistorie van Nederland.

WIJK BIJ DUURSTEDE – lEUTER- OF RUNMOLENPOORT.

De Leuterpoort of Runmolenpoort in Wijk bij Duurstede is in opdracht van Anthony van Eyndhoven (1625-1683) tot runmolen verbouwd, Van Eyndhoven was een bekende en invloedrijke figuur in Wijk bij Duurstede, zijn familie had fortuin gemaakt in de leerlooierij, run (gemalen eikenschors) is nodig voor het productieproces van leer.

Wijk bij Duurstede is in de tweede helft van de 13e eeuw bij een kasteel ontstaan en heeft zich voornamelijk tot een marktcentrum voor de directe agrarische omgeving ontwikkeld. De structuur van de huidige binnenstad is sinds de tweede helft van de 15e eeuw, toen de stad haar omvang binnen de singels bereikte, niet wezenlijk veranderd. Door uitbreidingen daarbuiten, eerst in geringe mate in de 19e eeuw en later ruimer van opzet met name na de tweede wereldoorlog, is de oorspronkelijke relatie tussen stad en omringend landschap deels verloren gegaan.

Aan de rivierzijde is het zicht op het waardevolle stadssilhouet met kasteel en Runmolenpoort in zijn landschappelijke context bewaard gebleven. Ondanks de ligging aan de Lek zijn er nauwelijks scheepvaart activiteiten tot ontplooiing gekomen. De stad ligt van de rivier afgekeerd en heeft bij het ontbreken van grachten of een haven een meer landelijk karakter.

Drie poorten gaven vanaf de Lekdijk toegang tot de stad: de huidige Leuterpoort, waarop in 1659 de runmolen tot stand is gekomen, de waterpoort in het verlengde van de Oeverstraat en de Vrouwepoort een smalle doorgang aan het eind van de Dijkstraat waar men de dijk opgaat richting het Wijkse veer. De Veldpoort waarvan een fragment van de toren bewaard is gebleven sluit de stad aan de landzijde af.

HARDERWIJK SMEEPOORT.

De Smeepoort is een van de drie stadspoorten aan de landzijde van Harderwijk aan de zuidelijke ingang van de stad, de poort was oorspronkelijk een imposant bouwwerk, dat bestond uit een binnenpoort en een buitenpoort met ophaalbrug. De poorten waren onderling verbonden door muren. De buitenpoort beschikte over twee ronde torens met koepeldaken en de buitenpoort beschikte over een schilddak.

In 1672 werd Harderwijk bezet door troepen uit Munster en door Franse cavalerie en toen die de stad in 1673 verlieten gaven ze opdracht om de poorten en stadsmuren op te blazen en te vernietigen. Dat was het einde van de trotse Smeepoort die toegang gaf tot de belangrijke Smeepoortstraat en de Smeepoortenbrink. De restanten werden pas in 1828 afgebroken, omdat de doorgang voor postkoetsen te klein was geworden.

In 1970 is de poort gereconstrueerd en slechts de hoge dikke muur langs de straatzijde en de voetgangersdoorgang zijn nog origineel.  Aan de buitenzijde van de poort zijn nog een drietal ingemetselde vloedstenen te zien, die de hoogte van het zeewater aangeven tijdens de stormvloeden in de jaren 1570, 1825 en 1916.

Bij de restauratie van de Smeepoort zijn stenen gebruik van de voormalige Gereformeerde kerk die in 1935 door brand verwoest. In haar plaats is de markante Plantagekerk verrezen, een ontwerp van de architect P.H. van Lonkhuyzen.

Na de restauratie van de resten van de Smeepoort is het wachtlokaal aan de bovenzijde van de poort is weer te betreden. In vroeger tijden was deze ruimte voor de wachters die de poort bedienden en die de stad tegen aanvallen van buitenaf moest beschermen.

DELFTZIJL GROTE WATERPOORT.

De Waterpoort in de dijk aan de Eemszijde het einde van de Havenstraat was oorspronkelijk een vestigingpoort, en werd in 1833 werd ter vervanging van de voorgaande waterpoort uit 1715 herbouwd. Tijdens het beleg van Delfzijl (1813-1814) was de poort gesloten. Na het beleg kwamen de Engelse mariniers door de Grote Waterpoort de vestingstad binnen.

Bovenin de poort is een kroon met een W. geplaatst deze herinnert aan Koning Willem I, die toen het bewind voerde.

Delfzijl is altijd kwetsbaar voor overstromingen geweest, ook nu nog moeten de coupures in de dijk af en toe gesloten worden om het water van de stad weg te houden. Aan de havenkant van de poort is een merkteken aangebracht die de waterstand tijdens de stormvloed op 16 februari 1962 aanduidt. De hoogste waterstand tot nu toe werd echter in 2006 gemeten: 4,83 meter boven NAP.

ALKMAAR SCHERMERPOORT EN BOOMPOORT.

Van de maar liefst zeven stadspoorten, die de vesting van Alkmaar ooit telde, is weinig meer over. Alleen van de Schermerpoort is nog iets terug te vinden en de in 2015 gereconstrueerde Hameipoort de voorpoort voor de niet meer bestaande Boompoort.

Aan het Heiligland op het Schermereiland staat het ‘Schermerhek’. Het is een spijlenhek, een soort voorpoort, bestaande uit twee delen, ieder bevestigd aan een hardstenen staander uit 1712, deze staanders tonen de kleurige familiewapens van de vier burgemeesters, die in dat jaar regeerden. Bovenop staan twee uit zandsteen gebeeldhouwde groepen kinderen met een bok en een schaap, van de hand van Jacob Vennekool, de Schermerpoort zelf, daterend uit 1639, vond zijn einde in 1853. In dat jaar werd ook de ophaalbrug afgebroken en vervangen door een nieuwe brug. Net over die brug, Heiligland 65, staat het in 2008 gerestaureerde ‘accijnshuis’. Dit is een uit circa 1850 daterende poortwachterwoning in Hollandse waterstaatstijl, onder andere voorzien van een luifel met pilaren.

Deze plek vormt een schilderachtig geheel op het zogeheten Veneetse of Schermer Eiland.

De Hameipoort dateert van 1725 en werd al in 1876 gesloopt. De Hameipoort was vroeger de voorpoort voor de niet meer bestaande Boompoort. De poort zorgde ervoor dat mensen van buiten ’s nachts niet in het water liepen en was ook nog een extra beveiliging van de stad. ’s Nachts ging de hameipoort dicht, de ophaalbrug omhoog en de boompoort dicht, dus een driedubbele beveiliging van de stad. In 2015 is de reconstructie van de Hameipoort gereed gekomen . Met de opening van de poort is een historisch stukje Alkmaar, tussen de Voormeer en het Zeglis, weer in ere hersteld.

MEGEN POORTTOREN / GEVANGENTOREN.

Gevangentoren of Gevangenpoort in Megen is gebouwd in 1366 en is als enige restant overgebleven van de vroegere ommuring het herinnert aan de vesting die Megen ooit was. Megen was de eerste stad binnen de huidige gemeente Oss en kreeg in 1357 haar stadsrechten. De stad werd beveiligd door een wal en in de muren werden vier toegangspoorten gemaakt. De poort werd grotendeels herbouwd na de verwoesting in 1581 en bestaat uit een vlakopgaand vierkant bakstenen gebouw, gedekt door een zadeldak tussen trapgevels met schuin afgedekte trappen.

De Gevangentoren vormde met een tweede toren in het oosten van de stad de Gevangenpoort en had als toegangspoort ook een functie als gevangenis waar de Inwoners van Megen de gevangenen die ‘op den Poort’ zaten zoals dat in de volksmond heette, bewaakten.

Hier zijn veel gevangenen opgesloten, in afwachting van hun verhoor veroordeling en soms executie door middel van ‘het Sweert’ of ‘het Koord’, enkele gedetineerden waren Reinier Biedijckx, die het langst (van 12 januari 1788 tot 28 september 1794) in de toren gevangen heeft gezeten en twee leden van de ‘Bende van Oss’ uit de toren zijn ontsnapt in de jaren-30.

In de westwand heeft het gebouw een schuin toelopende nis met schietgat en in de oostelijke muur sporen van een mezekouw.

De toegangsweg uit Dieden en Deursen leidde langs deze poort de poort is tussen 1922 en 1924 gerestaureerd waarbij men onder meer de eerder dichtgemaakte vensters opnieuw heeft geopend.

MAASTRICHT ST. PIETERS(WATER)POORT.

Deze waterpoort lag naast de voormalige St.Pieterspoort, door deze waterpoort stroomt de buitenste Jekertak de Nieuwstad in, In de waterpoort kon men een ijzeren valhek (‘reek”in het Maastrichts) neerlaten. De Nieuwstad behoorde tot het grondgebied van de Luikse Heerlijkheid Sint-Pieter, maar werd uit overwegingen van militair aard door Maastricht geannexeerd. Rond 1515 werd het gebied ommuurd, uit die periode dateert de waterpoort. Aan de Stadszijde komt de Jeker uit bij de Leeuwenmolen of de Molen van Clemens.

Vroeger hebben hier nog de Neustadmolen en de Höfkensmolen gelegen. Poort lag net naast de St.Pieterspoort en naast de Poortwachtershuis.

Naast de waterpoort aan de oostelijke zijde was een muurtoren te zien. Op de foto staat niet alleen de Sint Pieterspoort, maar ook de waterpoort voor de Jeker die ernaast lag. Deze waterpoort bestaat nog en is in het stadspark te zien inclusief venster met tralies.

MAASTRICHT NIEUWENHOFPOORTJE.

Het Nieuwenhofpoortje, ook wel Begijnenpoortje of poortje bij de Zwingelput genoemd is een kleine doorgang in de tweede ommuring in de Nieuwenhofwal die in de 14de eeuw werd gebouwd, De huidige naam van de poort verwijst naar de Nieuwenhof, het naastgelegen begijnhof.

Het Nieuwenhofpoortje wordt voor het eerst genoemd in een schepenbrief van het kapittel van Sint-Servaas in 1374, volgens de Maastrichtse humanist en eerste stadshistoricus Herbenus (1451-1538) werd het Nieuwenhofpoortje al voor 1485 dichtgemetseld, dit werd gedaan omdat het begijnhof omstreeks die tijd verplaatst werd naar de huidige locatie binnen de toenmalige stadsomwalling.

Door de veranderde oorlogsvoering werden de stadsmuren rond In het midden van de 16e eeuw aan de stadszijde verstevigd met aarden wallen om ze beter bestand te maken tegen kanonskogels,

de inham van het Nieuwenhofpoortje was hierdoor vanaf de stad niet meer zichtbaar terwijl deze aan de veldzijde strak was dichtgemetseld.

Toen in 1908-’09 de aarden wal aan de stadszijde van de Nieuwenhofwal werden afgegraven, en de Nieuwenhofstraat werd aangelegd werd het Nieuwenhofpoortje en de stenen trap naar de weergang boven op de walmuur na 350 jaar herontdekt, de stadsmuur is gerestaureerd en de dichtgemetselde poort opnieuw geopend, hoewel de eerste jaren afgesloten met een hek, aangezien aan de veldzijde de brug over de Jeker er nog niet lag, deze is de jaren veertig van de 20ste eeuw aangelegd alsmede de wandelplaats boven op de walmuur hiermee herkreeg het poortje zijn oorspronkelijke functie terug, in 1988 heeft er opnieuw een restauratie plaatsgevonden.